vlas

spinnen

weven

afstudeerproject

demonstratie vlas spinnen

contact

home

 

 

 

 

 

 

 

 

Vlas .

Vlas wordt al eeuwen verbouwd in Nederland, voornamelijk op kleigrond, dus in het noorden van Friesland, Groningen, Zeeland en de NoordoostPolder. Dit vlas werd voornamelijk verbouwd voor de vezel. De vezel moet bewerkt worden om het te kunnen spinnen. Na het spinnen wordt het over het algemeen verweven tot linnen.


Vlas is een bast- of stengelvezelplant, net als bijvoorbeeld hennep en brandnetel. De vezelbundels, waar het uiteindelijk om gaat, zitten vast met lijmstof, pectine, op de houtpijp van de stengel . De bewerking is erop gericht de vezels los te maken van de houtige binnenkant.

 

Textielvlas wordt omstreeks de honderdste dag in het nieuwe jaar dicht gezaaid (2400 zaadjes per vierkante meter) en na ongeveer honderd dagen geoogst, als de onderste blaadjes geel worden.
Oliehoudend vlas wordt wijder gezaaid, waardoor het zich meer vertakt en meer zaad vormt. Dit wordt na
120-140 dagen geoogst. Vlas bloeit met witte of blauwe bloemen. Blauw bloeiend vlas heeft fijnere vezels, maar is zwakker dan wit bloeiend vlas.


De planten worden geoogst door ze met wortel en al uit de grond te trekken. Het vlas wordt in ongebonden bossen 1-2 dagen te drogen gezet. Daarna wordt het in bossen gebonden om een week na
te rijpen en te bleken. De verdere verwerking kan hier gelijk op volgen of worden uitgesteld tot een later tijdstip.


Repelen en roten
De eerste bewerking is het repelen, waarbij het vlas wordt ontdaan van de zaadbollen. De vlasstengels worden door een grove kam gehaald, die de zaadbolletjes van de stengels trekt. Een andere manier is het gebruik van de boot- of beukhamer, een zware houten
hamer waarmee de zaaddoosjes kapot worden geslagen.

Vervolgens worden de stengels geroot om de pectine op te lossen waarmee de vezels vastzitten aan de houtpijp. Hiervoor zijn verschillende manieren mogelijk. De meest eenvoudige methode is het dauwroten, waarbij de vlasstengels enkele weken op het land worden uitgespreid en regelmatig gekeerd. Onder invloed van dauw, regen en zon ontstaan er schimmels die de pectine oplossen. Het vlas krijgt hiervan een grijze kleur. Mooi geel vlas ontstaat door roten in stromend water. Dit gaat ook sneller dan dauwroten: 7-10 dagen. Gerepeld vlas dat bewaard is tot het volgend jaar root het best. Na het roten wordt het vlas weer gedroogd.


Braken, zwingelen, hekelen
Voor de beste vezelkwaliteit wordt het gerote en gedroogde vlas een paar maanden bewaard alvorens aan de laatste bewerkingsstappen te beginnen. Deze zijn erop gericht de vezels te scheiden van de houtpijp. Om te beginnen worden de stengels gebraakt,
d.w.z. gebroken met behulp van een stuk hout of met de handbraak.


Veel houtachtige delen vallen daarbij al op de grond. Om de rest te
verwijderen wordt het vlas vervolgens gezwingeld. De vlasbundel wordt langs een plank gehangen en met een houten spaan worden de restjes stro eruit geslagen. De kunst hierbij is om de vlasvezels niet in de knoop te laten raken!

 

 

De laatste stap is het hekelen, het uitkammen van de vezelbundels
op steeds fijnere kammen . Op deze wijze blijven alleen de mooie
lange vezels over om te spinnen voor fijn en sterk linnen. Van het afval, het zogenaamde ‘werk’, kunnen grovere draden worden gesponnen.


Spinnen
Vlas spinnen gaat anders dan wol spinnen. Het is van het grootste belang dat de lange vlasvezels tijdens het spinnen netjes langs elkaar blijven liggen en niet in de war raken.

Daarvoor kunnen de vezelbundels worden samengebonden tot een vlasrok: een bos vlasvezels wordt m.b.v. een lang
lint om een stok gebonden. Een andere manier is om de vlasvezels
aan een riem om het middel te bevestigen of een bundel vlasvezels
op te hangen, bijvoorbeeld aan een tak of aan het dak van een huis.

Voor een gladde, sterke en fijne draad wordt vlas nat gesponnen. De vingers worden dan bevochtigd met water, speeksel of een aftreksel van lijnzaad (1 eetl. lijnzaad koken in een kopje water). Droog gesponnen vlas levert een pluizigere en minder sterke draad op.
De spinrichting is bij vlas van belang. Vlasvezels hebben een natuurlijke draaiing naar links, dus die richting moet ook bij het spinnen worden aangehouden (s-richting of tegen de klok in).

home